“Nu ligt ze hier, in Rijndam”

“Dag meneer. Mooie stand heeft u. Zijn dat allemaal hulpmiddelen die voor mensen na een beroerte nuttig zijn? Ja hè. Mooi werk heeft u. Daar heb ik nu ook mee te maken, mijn dochter ziet u. Zes weken geleden heeft zijn een beroerte gehad, nu ligt ze hier, in het Rijndam.”

Rijndam

Het is 3 december, wereld gehandicapten dag en ik sta met een standje op de informatie dag in revalidatie centrum Rijndam. Nadat ik laatst gesproken heb bij de opening van het NAH Café de BreinBrouwerij durf ik mij als Amsterdammer wel in Rotterdam te vertonen.

Voortuin

“Negenendertig is ze nog maar,” zegt de vrouw. “Ik dacht dat een beroerte iets voor oude mensen was? Nu weet ik wel beter. Ze is nog wel verpleegkundige en was net terug van een dienst, voelde zich wat raar in haar hoofd. Gek hè, alsof ze het wist. Het was ’s avonds laat dus zij wilde naar de huisartsenpost gaan omdat ze het niet vertrouwde. Zij is tot haar voortuin gekomen, toen stortte ze in elkaar. De buren hoorden haar, dat is nog een geluk bij een ongeluk. Anders had ze daar veel langer gelegen. Ze woont alleen ziet u. Ze had een bloeding.

Informeren

U heeft ook een beroerte gehad zo te zien? Ik ben helemaal nieuw in deze wereld, dus toen ik zag dat er een informatiemarkt was bij het Rijndam heb ik het in mijn agenda gezet. En hier ben ik dan. Ik wil zoveel mogelijk folders verzamelen, ziet u. Dat is het enige dat ik voor haar kan doen, mij goed informeren. En wat kleine dingen, ze heeft een kat. De hersenen zijn wel wat raars hoor. Zo is ze normaal en zo,” ze knipt met haar vingers, “neemt het leven een andere bizarre wending. Wordt ze nog beter denkt u? U heeft ervaring hiermee.”

Antenne

Ik zeg dat ik het heel erg met haar mee voel. Dat moet wat zijn. “Je kind, hoe oud ook, hulpeloos in een bed aan de medici overlaten. Hoe is ze daaronder?”

“Ze is heel strijdbaar. Eerst kon ze bijna niets. Maar ze wil alles. Dat heeft ze van mij, denk ik. Ze kon eerst bijvoorbeeld bijna niet spreken, alleen “ja” en “nee”. Hoe heet dat ook alweer? O ja, afasie. En als je dan een vraag stelde die zij met ‘ja’ beantwoordde bedoelde zij soms ‘nee’. Nu praat ze al een beetje, maar ze zoekt naar woorden en vergist zich wel eens. Dan zegt ze bijvoorbeeld “antenne” en wijst naar de mobiel. “Antenne hier halen!” En dan ga ik raden en meestal kom ik daar uit. Bij haar thuis lag de oplader, ziet u.

Moeder

Ze kan nu ook een beetje lopen, eerst een paar ondersteunde stapjes en nu een hele gang met haar driepoot. Dus ze gaat met ‘stappen’ vooruit”. Ze lacht om haar onbedoelde woordspeling. Ik lach mee en tegelijk heb ik zo’n medelijden. Wat moet dat voor een moeder erg zijn. Haar dochter zo te zien…

Doorzetten

Ik vertel mijn verhaal en zeg dat mijn strijdvaardigheid en doorzettingsvermogen mij tot hier heeft gebracht. Ik geef haar mijn kaartje en zeg dat ze altijd kan mailen. Ik schrijf nog wat sites op, o.a. lotgenotensites van Facebook. “Een ieder heeft zijn of haar revalidatieproces maar het niet opgeven is de helft van het werk. Verder moet je gewoon geluk hebben. Ik beloof niets, maar gezien de vorderingen van uw dochter heb ik hoop dat het nog veel beter wordt”. Dan vertrekt zij tevreden.

En, hoe was je dag? Vragen vrienden mij later. Was het productief? Ja, de ‘omzet’ van deze dag is niet niet euro’s uit te drukken. Er voor iemand kunnen zijn geeft zo veel meer voldoening.