Generale repetitie

Ik loop de voordeur uit en draai mij om. Daar staat mijn lieflijke vriendin om mij gedag te zeggen. Ik wil haar gedag zoenen en automatisch gaat mijn hand naar de deurpost. Ze hoeft alleen maar naar die hand te kijken. Ik weet het al. Ik moet haar vertrouwen. Maar iets in mijn hoofd zegt ‘gevaar’.

weelderig

Mijn vriendin ik nogal klef. Stiekem vind ik dat leuk, maar ik zal het nooit toegeven als stoere man. Te pas en onpas vind ik mijzelf in een omhelzing. En al is het onstuimige er na de jaren wel een beetje af toch grijp ik elke keer onmiddellijk naar houvast. Mijn vriendin klaagt dat ik meer van de deurpost, muren en het aanrecht houd dan van haar. En dat is helaas zo. Ik probeer het niet te doen maar als ze me plotseling in een wurggreep neemt dan zoekt mijn hand letterlijk naar stevigheid. En dat is mijn vriendin, gelukkig met haar weelderige vormen, niet.

val

Ik heb angst om te vallen. Zo, dat is er uit. Iedereen mag het weten. Omdat ik halfverlamd ben en loop met een spalk om mijn voet. Beperkt zijn moet je ook leren. Daar ben ik achter gekomen toen ik viel, bij mijn vorige huis op mijn 4 staps-trapje buiten. Gelukkig liep ik naar beneden en daardoor viel ik op mijn kont. Wel hard, mijn stuitje wordt nog blauw als ik daaraan denk. Wel handig als je probeert op te staan, dat dan weer wel. Ik moet er niet aan denken dat ik de lessen op het revalidatiecentrum nog een keer moet volgen.

oorlog

Ik heb veel moeten afleren. Zoals naar de grond kijken. Iets wat een egale stoep lijkt als je gezond bent verandert in een oorlogsterrein als je een beroerte heb gehad. Overal schuttersputjes, mijnen en inslagkraters. Tenminste, zo lijkt het. Als je goede schoenen hebt die stevig vast zitten is het landschap niet zo geaccidenteerd als het lijkt. Daarvan probeer ik mijzelf te overtuigen en het lukt steeds vaker.

generale repetitie

Het leven is vallen weer opstaan, soms letterlijk. Daarom probeer ik steeds op te staan, het leven is te kostbaar om te blijven liggen. Er zijn geen generale repetities voor. Het is nu of nooit. Ik kies voor nu, met een hoop moeite en doorzettingsvermogen, dat wel.