“Op een ligfiets, in dat drukke verkeer?” – deel 2

de vrolijke belevenissen van iemand die een beroerte gehad heeft

klik hier voor het eerste deel

Mijn lippen lopen kilometers achter

Ik word doorgestuurd naar de afdeling Ergotherapie. Daar leren ze je koken en stofzuigen met één hand, met de tram en roltrap gaan, ze trachten je arm beweeglijk te houden (de slechte) en dus ook (?) begeleiden ze je door het aanvragenland van de WMO. Ik vertel moeizaam wat ik wil en ze begint me vragen te stellen als: waarvoor wil ik een fiets, wat wil ik er mee doen? Omdat mijn gedachten wel snel gaan maar mijn lippen kilometers achterlopen ‘floep’ ik er uit: “om straks misschien naar mijn werk te gaan”. Dat vind ik wel goed klinken. Ik kijk verwachtingsvol naar de vrouw.

ZZP

Dat had ik beter niet kunnen zeggen, minutenlang is ze aan het woord over wat de werkgever allemaal voor plichten had. Na een poos lukt het mij om er tussen te komen. Ik zeg haar dat ik geen werkgever heb, dat ik zelfstandige was. Daar is ze even stil van. Dat geeft me de tijd om er uit te persen dat ik gewoon mijn zoon wil afhalen van school, dat ik naar mijn vrienden wil als mij dat uitkomt. Dat valt beter en al snel hebben we een geanimeerd gesprek, tenminste als je haar geklets en mijn geknik wilt misbruiken als gesprek. Het belangrijkste is dat ze me begrijpt, zegt ze tenminste, en dat ze een conceptaanvraag voor me zal maken. Ze zal er de volgende week op terugkomen, maar niet nadat ze me waarschuwt dat ik er niet op moet rekenen dat ik de komende maanden iets hoor, “de gemeente weet u…”

Scootmobiel?

De volgende week daarna heb ik de concept-aanvraag van de vriendelijke ergotherapeut. We praten wat over het voor- en nadeel van een PGB.  Ik besluit een PGB te nemen, in gewone mensentaal: geld om zelf een fiets te kopen. En over de volgende horde die ik moet nemen. Voordat ik hem kan aanvragen moet er eerst een man van de gemeente langskomen om de aanvraag te kunnen onderbouwen. Ook gaat hij me vragen wat voor accessoires ik allemaal wil op mijn scootmobiel. “Mijn scootmobiel?” pers ik er uit. “Ja, de gemeente baseert het bedrag op een scootmobiel en dan ga je daar gewoon een fiets voor kopen. Je moet tegen elke accessoire ‘ja’ zeggen. Dan wordt het budget alleen maar hoger.

Gemeentemannetje

Drie weken later komt het gemeentemannetje naar het revalidatiecentrum. Hij zit in een apart kamertje met de ergotherapeut en alle opgespaarde aanvragers komen één voor één binnen. Net als bij de tandarts. Als ik aan de beurt ben doet hij licht verveeld zijn riedel. Hij eindigt met: “dus u wilt een fiets en dat is gebaseerd op een scootmobiel. Ik heb even uw dossier ingezien en deze scootmobiel is de juiste (hij wijst in een boek). Bent u daarmee akkoord?” Ik kijk de ergotherapeute even aan en zij knikt. En ik zeg: “ja”. Dan noemt hij allemaal accessoires op en ik zeg steeds ‘ja’ als hij even zwijgt. Ik heb tegen zaken ‘ja’ gezegd die mij niets zeiden. Ik zou een voorbeeld willen geven maar ik kan het me simpelweg niet herinneren, zo nietszeggend waren ze. Bijvoorbeeld: ‘scooterrechterachterlichtbuisjefleshouderclip’, maar dan anders. Ik dacht alleen maar: meer budget en knikte vrolijk . Na 5 minuten stond ik nog na suizend buiten. Hij zou over 2 weken zijn rapport klaar hebben en het naar de ergotherapeut sturen.

Aanvraag

Drie weken later heb ik weer ergotherapie voor de aanvraag WMO. “Alles staat er in, je hebt maar liefst 5.849 euro voor een fiets. Dus dat moet wel lukken! Maar je moet eerst naar het CIZ, zij geven definitief advies aan het college van B&W”. Al die afkortingen, gelukkig ben ik ambtenaar geweest in een grijs verleden, denkt ik. “Ik heb advies naar uw mailadres gestuurd dan kunt u het copy-pasten en op uw eigen briefpapier zetten”. Ik bedank haar hartelijk en zoek een pc met een printer op in het revalidatiecentrum. Ik kopieer het gestuurde en stuur hem op naar het gegeven adres van het CIZ, het Centraal Indicatieorgaan Zorg in Utrecht.

Utrecht

Na een paar weken word ik wat onrustig, mijn stem is weer wat beter, maar lang niet goed genoeg voor een telefoongesprek en ik vraag mijn vrouw eens te bellen of hij sowieso is aangekomen. Dat is hij en hij is doorgestuurd naar de afdeling van het CIZ te Amsterdam. Wat het CIZ Utrecht er dan mee doet is een raadsel, maar je moet niet alles willen begrijpen. Het zal wel enige tijd duren voordat hij behandeld wordt… Dat blijkt te kloppen, twee maanden en 3 dagen later om precies te zijn is mijn aanvraag in behandeling genomen, twee weken later moet ik op gesprek komen.

CIZ-mevrouw

De dag zelf rijdt mijn vrouw mij er naar toe. Het kantoor zit aan een drukke weg, er zijn alleen parkeerplaatsen op de ventweg voor het kantoor, geen gehandicaptenparkeerplaats. Er zullen wel nooit gehandicapten met de auto komen… Gelukkig is er nog een plek op de verder vol geparkeerde straat. Via een te snel dichtklappende lift komen we op het kantoor. Daar worden we verwelkomd door een keurige dame. We krijgen koffie en ze gaat even haar spullen halen.

Op een ligfiets, in dat drukke verkeer?

Ze introduceert zichzelf en vertelt waarom wij hier zijn, alles klopt tot nu toe behalve dat zij niet geïnteresseerd is in mijn gezondheid, maar rechtstreeks op haar doel afgaat: de driewiel ligfiets. Ze vraagt me het hemd van het lijf over de ligfiets en mij. Hoe ik denk op te stappen als ik alleen ben, hoe en waar ik de fiets parkeer en waarom niet een gewone driewieler of een scootmobiel en waarvoor ik het ding sowieso nodig heb. “Op een ligfiets, in dat drukke verkeer?” vraagt zij. Het is zo een wirwar van vragen dat mijn spreektempo tekort schiet, gelukkig neemt mijn vrouw het van me over. Een ding wordt me snel duidelijk: deze vrouw is niet van plan ooit iets voor niets te verstrekken en van de ligfiets is het enige beeld dat ze heeft dat het een gevaarlijk ding voor keihard scheurende nerds met hun kruis op de grond is. Ik zie mijn vrouw zich hardnekkig beheersen. Het uiteindelijke gesprek duurt bijna twee uur, het laatste half uur heb ik vrijwel niets meer gezegd. De vrouw had letterlijk en figuurlijk al mijn energie opgeslokt. Ze sloot het gesprek af met mededeling dat er een en ander moest worden uitgezocht (wat dan?) en dat er daarna  een uitslag zou zijn van hun advies. Als er nog vragen waren zou ze mij nog bellen. “Afasie in combinatie met bellen. Ik wens haar succes”, denk ik nog.

Assortiment leuke scootmobiels

Twee weken later belde ze. Ze vertelde mij dat de ligfiets uit het assortiment was en of ik geen scootmobiel wilde. Ik stond perplex. Hoezo ‘”uit het assortiment”? Welk “assortiment”? Ik had geld gevraagd via het “Persoonsgebonden Budget”, een deftige term die staat voor het zelf aankopen van ‘t gewilde object. Ik had vanmorgen nog ligfietsen genoeg gezien op het internet. En waarom ik geen scootmobiel wilde? Waarom wil ik geen tramkaartje, waarom wil ik geen treinabonnement, waarom geen gratis vervoer met een persoonlijke taxi, IK WIL EEN FIETS! Ik wil me ongemotoriseerd en zelfstandig door het verkeer bewegen op een tijdstip dat mij schikt. Ik zou bijna boos worden…

Folder in de bus

Ze ging maar door, over hoe leuk toch zo’n ding was en hoe snel vooral – 17 km/uur – en hoe praktisch… Maar mijn armoedige gesputter ging haar toch opvallen. Ze stelde voor er over na te denken. Ze ging nu drie weken met vakantie en zou me daarna terugbellen. Ik was te verbouwereerd om nog iets te zeggen en hing op. De volgende dag vond ik bij mijn post een folder over een scootmobiel…

wordt vervolgd