“Dodelee”, gastblog van Yvonne, mantelzorger en nog zoveel meer

Yvonne is 49 jaar, moeder van vier kinderen en sinds 2013 mantelzorger van haar man met NAH (na een tumor en bloeding). Haar lief woont thuis, wat door een aantal aanpassingen in huis mogelijk is. Yvonne werkt parttime en probeert met hulp van anderen alle ballen in de lucht te houden. Ondanks de vele uitdagingen waar Yvonne en haar gezin voor staan, vindt ze dat er nog genoeg leuke momenten zijn. En daar schrijft ze graag over.

“Dodelee”, zegt lief vriendelijk. “Nee. Deudelee!”. Het klinkt als een liedje. Ik herhaal koddig zijn woorden en we lachen samen een poosje. Hij weet heel goed dat wát hij zegt niet klopt, maar in zijn hoofd klopte het eerst wel. Hij doet nog een paar pogingen totdat hij “deudels” zegt.

afasie

Dan heb ik het al geraden. Hij heeft het over zijn sleutels. Als ik zie dat hij een andere broek dan gisteren draagt, snap ik helemaal dat hij het over zijn sleutels heeft. Kennelijk zitten die nog in zijn andere broek. Gerustgesteld gaat hij zitten. Als ik weet wat hij bedoelt, is het goed. Lief heeft afasie. Soms praat hij aardig. Soms praat hij louter onzin. Als ik logisch nadenk, kom ik een eind.

wankelend

Kopje koffie? Vraag ik. Ja, daar heeft hij wel zin in. We keuvelen een poosje. Voor zover dat gaat dan. Nu ik mijzelf iets beter voel en weet dat ik straks bij de dokter zit, voel ik me geruster. Al een paar dagen ben ik duizelig. Onverklaarbaar. En gisteren, toen ik wankelend de hond uitliet (lief kan niet alle loopjes voor zijn rekening nemen), schoot ik ervan vol. Wat als? Wat als mij iets overkomt? Waar gaat hij dan heen? Hoe gaat het dan verder? Hoe moet het dan met de kinderen? Met de hond? Wat moet er dan met mijn huis?

angstdenken

Ik kan dat goed, doordraven en angstdenken. Het gebeurt me gelukkig niet vaak, alleen als ik me zelf niet goed voel. Wat zo dun voelt dat lijntje waar wij op balanceren. En zo zwaar drukt die last dan ook op mij. Val ik uit, dan verandert ons zorgvuldig opgebouwde, aangepaste leven. Want zonder mij is hij nergens. Zonder mij zijn de kinderen nergens. Om over ons aanhankelijke hondje maar te zwijgen.
Dan komt het ook wel weer goed, zei laatst iemand tegen mij. En dat zal ook wel.

“Sleudels”, probeert lief mij goedgemutst na te zeggen. Dit was het gesprek van de dag. Vanaf nu zal hij waarschijnlijk alleen iets zeggen wanneer ik hem iets vraag.