Ben ik gek? 2/2

Dat is me toch wat. Ik, als ervaringsdeskundige ken mijzelf niet, denk ik. Ik maak daar een opmerking over. Zij legt uit: “Bij de meeste mensen die afasie hebben is dat zo. Als je afasie hebt, moet je je zó hevig concentreren om te kunnen formuleren wat je bedoelt, dat je hersenen er moe van worden. En als hersenen moe zijn, dan zijn ze dat in z’n geheel en niet bijvoorbeeld alleen maar het taalcentrum. Het is dus niet zo dat je bij vermoeidheid alleen maar minder goed spreekt. Bij jou loopt je concentratie ook terug, je kunt slechter onthouden, slechter switchen tussen taken en het duurt bijvoorbeeld langer voordat je een opgave begrijpt. Dat is bij mensen die geen NAH hebben gehad ook zo, maar bij jou een tikkeltje meer.”

Korte termijn

Zij gaat verder: “Je korte termijn geheugen is gemiddeld. Je moest woordjes reproduceren en dat ging redelijk. Daarna maakte je de volgende test en je dacht niet meer aan de woordjes. Totdat de testpersoon plotseling vroeg welke woordjes je nog kende. Daarmee scoor je onder-gemiddeld (lees = slecht). Toen de tester vervolgens een lijst woorden oplas, koos je ineens feilloos de woorden eruit die in het oorspronkelijke lijstje stonden. Heb je daar een verklaring voor?”

Ladekast

Ik zucht en breng met mijn laatste krachten uit: “Ik stel het mij als volgt voor: ik heb in mijn hoofd een kastje met lades. In één van die lades zitten de woordjes. Op de korte termijn kan ik die open maken. Als ik klaar ben, springt de lade op slot. Wanneer je mij er dan weer naar vraagt, blijkt dat ik de sleutel niet heb. Als een ander vervolgens die woordjes zegt, springt het slot er automatisch van af. Mijn hoofd zit vol met zulke lades, maar helaas zijn sommige lades op slot en de sleutel? Die hangt ergens anders. Waar dat dan is, ben ik vergeten.”

Hobby

“Ben je nu ook weer moe?” “Ik kan wel op de tafel springen”, merk ik ironisch op. “Natuurlijk ben ik moe”, zeg ik zachtjes. “Maar ik blijf niet lang moe hoor“, voeg ik er vergoelijkend aan toe. “Een half uurtje niet praten en ik kan er weer tegenaan. En ik heb vandaag geleerd dat ik ook best eens een half uurtje niét hoef te denken. Dat deed ik automatisch al, dat is mijn hobby, niet denken.” We lachen.

Met de tong op de schoenen

“Je krijgt nogal wat informatie te verstouwen. Wat vind je er allemaal van?” Ik twijfel. Aan de ene kant is het onderzoek goed verlopen, in die zin dat ik dus blijkbaar niet gek ben. Integendeel. En ik heb het volgehouden, weliswaar met mijn tong op mijn schoenen. Aan de andere kant komt het wel hard aan dat ik alles minder goed doe zodra ik vermoeid ben. Ik antwoord: “Vraag mij dit over 24 uur nog maar een keer, want het is op dit moment een grote verwarrende brij van informatie.” Tegelijkertijd denk ik: “Ik ben niet gek, maar zal ik de hele uitslag van dit onderzoek in een laatje stoppen en de sleutel ritueel omsmelten?”