Over dames van alle leeftijden en een stralende lach

Je hebt haast en gaat nog even naar de supermarkt. Het regent nog ook. Bah. Uit je ooghoek zie je een meisje voor je staan, dus je wijkt uit. Het meisje wijkt mee. Je wijkt nog een keer uit, het meisje ook. Je dreigt bijna het meisje onder de voet te lopen en stopt om op te kijken. Je ziet prachtige, krullende haren en een grote glimlach. Je humeur verbetert meteen. “Dag mevrouw” zegt ze. “Hebt u wat over voor de Hersenstichting?” Meteen drukt ze de collectebus, die je nu pas ziet, onder je neus. Ze lacht haar tanden bloot. “Vooruit dan maar!” zeg je lachend en drukt daar wat muntjes in. “Dank u wel!”

blokkeren

Je bent een pubermeisje dat voor wat kraaltjes en spiegeltjes, uhhh… een zakcentje een vriend van je moeder helpt met collecteren. Voor de gezelligheid heb je er een vriendin bij gehaald. Nadat je de roddels van vandaag hebt uitgewisseld luister je naar die oude man die wat mompelt over ‘hersenstichting’ en ‘vriendelijk zijn’. Hij is een beetje een dommig, zeker door zijn beroerte, maar wel aardig. Je zet je mooiste glimlach op en neemt je voor dat geen mens de Albert Heijn ingaat zonder dat hij/zij jou zoveel mogelijk geld geeft. Desnoods blokkeren die hap. De oude man haalt wat te drinken in de supermarkt, is zijn aanwezigheid ook nuttig.

kwebbelen

De eerste dag kreeg ik twee gehaaide pubermeisjes zo gek om voor me te collecteren. Niet voor niets natuurlijk, behalve wat euro’s zit ik in de catering. Alles voor het goede doel. Ik loop af en aan met drinken en eten en snoep (“niet aan je moeder zeggen hoor!”) maar het loont aan de bussen te voelen. Ze zijn al bijna niet te tillen, en dat na 2 uur collecteren. Na afloop complimenteer ik hen uitgebreid. Ik zeg dat hun carrièrepad in de verkoop moet liggen, maar mijn woorden zijn voor niets. Zij horen niets en kwebbelen al samen over de essentiëlere dingen in het leven van een 12 jarige.

ton

De andere dagen ben ik alleen. Na een uurtje de collectebus met één hand omhoog houden zijn mijn spieren uitgeput. Het kwartje valt niet meer zo snel als met de haaienmeisjes (de euro’s ook niet trouwens), maar het loopt lekker door. Gelukkig heb ik zaterdag hulp van Annemieke, een lotgenoot (bedankt nog Annemieke!). Hoewel de bus ogenschijnlijk een ton weegt til ik hem steeds op en kopieer de glimlach van de meisjes. Morgen heb ik toch een spierpijn!

ziekte

Een kleine, oude vrouw, beetje sjofel gekleed, doet met trillende handen een briefje in van €10 in mijn bus. Ik denk dat ze niet zoveel geld heeft en vraag waarom ze dat doet. Ze fluistert dat ze het doet omdat haar man, 91, ook een beroerte heeft gehad. “Die ziekte moet de wereld uit!” Ik kijk haar ontroerd na.

geredigeerd door petrafisher.com