Ik, een filmster met afasie?

filmster

Ik word een filmster, met de nadruk op ‘ster’. In mijn huis staat een levensgrote camera, lampen worden neergezet en is er een heuse professionele cameraman aan de gang. En ik krijg een lesje filmtermen. Ik word onheus bejegend met een draadloze microfoon, die onder mijn blouse gaat, door de bloedmooie geluidsvrouw. De belichtingsman, ook wel ‘gaffer’ genoemd, is druk in de weer met de belichting. Er loopt een scriptgirl door mijn huis, die de term ‘femme fatale’ recht aandoet. De art-director loopt te dubben over mijn kleding. De regisseur is nog met het draaiboek bezig. En er is een cateringsbedrijf voor de pauzes. En er is nog een producent en een editor, maar waar die voor zijn, is me een raadsel. We kunnen beginnen en spoedig zal de regisseur met ‘actie’ en ‘cut’ (tja…) de hele boel bestieren.  En dan doe ik mijn ogen open en komt de realiteit bij mij binnen…

rauwe werkelijkheid

Het eerste deel klopt, van de camera, de professionele cameraman, en de draadloze microfoon die onder mijn blouse gaat. Maar het is niet een bloedmooie geluidsvrouw, het is de cameraman, ook wel geluids-, licht- en van-alle-markten-thuis-man genoemd en een hele goede vriend van mijn liefje, die dat voor een appel en een ei doet. 

Mijn vriendin loopt daar tussendoor en geeft wat opbouwend bedoeld commentaar. Als zij voor haarzelf zit te werken, zit zij altijd op die plek, waar toevallig gefilmd moet worden. Ik heb aan een scriptje geschreven, tenminste de teksten uitgetikt en geprint. Maar de amateuristische aanpak van mij en de professionele aanpak van de cameraman werken goed. Dus ik geef me over aan zijn rustige aanwijzingen.

dood of gladiolen

Ik maak mij druk dat ik de teksten die ik geschreven heb, niet kan uitspreken. Mijn afasie of spraakgebrek bestaat uit twee delen: 1 het verzingedeelte 2 het uitspraakgedeelte. Het verzingedeelte heb ik getackeld, ik heb het immers opgeschreven in mijn script. Het uitspraakgedeelte is de vorm van de dag. Dan gaan we maar: de dood of de gladiolen.

De cameraman denkt dat ik het script uit mijn hoofd heb geleerd. Ik heb het geprobeerd, maar sinds mijn middelschare schooltijd heb ik niet zo’n exercitie meer gedaan. Dus het lukte niet. Ik plak het script aan de stang onder de lamp, ga staan op de afgesproken plek en probeer het te lezen. Maar… het lukt niet, het is simpelweg te klein gedrukt voor mijn kippige ogen. Dichterbij is geen optie, dan zie je hem in beeld. Ik kan het groter printen, maar ik besluit het uit mijn hoofd te doen, zo goed en kwaad als ik het kan. Misschien overmoed.

schrappen

Ik blijk me daar doorheen te slaan. In meerdere takes zetten wij het eerste filmpje er op. Ik begin wat stroef, maar al snel praat ik honderd-uit, voor mijn doen dan. Alleen de tekst is steeds een beetje anders. “Daar heeft de cameraman een dobber aan, als hij dat gaat  monteren”, denk ik stiekem.

Als ik na een dag filmen klaar ben, ben ik fysiek en mentaal kapot. Een beroerte gaat je toch niet in de kouwe kleren zitten. Bijvoorbeeld het filmpje, waar ik mijn schoenen aan doe met één hand, moest demonstreren. Ik weet niet hoe vaak ik dat over moest doen. Ik schrap weer een droom van mijn lijstje: filmster met afasie…

httpv://youtu.be/UOoZYbLpgNE

Wilt u voortaan iedere zondagochtend mijn vrolijke belevenissen in de mail krijgen? Vul dan hiernaast uw mailadres in.