Nieuw huisje!

Canta’s

De Canta’s en scootmobielen veroveren de wereld, te beginnen bij mijn nieuwe straatje. Lieve hemel, wat zijn er veel! Zeker 80% van de benedenwoningen hebben zo’n ding voor de deur staan. Nieuw of oud, rood of zwart, met of zonder mandje met nepbloemen, er is veel variatie, maar allemaal zijn we blijkbaar gehandicapt. Ik eigenlijk ook, maar ik verberg het achter mijn goede humeur. En het aantal satellietschotels is ook hoog. “Welkom in een gemiddelde straat in een dito wijk in een grote stad” willen de omstandigheden zeggen.

Trappen

Ik heb een nieuw huisje gekregen van Stadgenoot, een woningbouwvereniging of eigenlijk is het een corporatie. Geen idee wat het verschil is en het interesseert me eigenlijk niet. Het is een heel lief benedenhuisje in een Amsterdamse gemengde buurt. Eindelijk niet meer al die trappen op en af. Als ik beneden stond en ik had wat vergeten ging ik eerst zachtjes wenen en overwoog om zelfmoord te plegen. Maar ik had alle middelen daartoe boven laten liggen…

Beschermd wonen

De huismeester zit om de hoek, dus ik ben toch nog in een soort beschermd wonen-project beland, denk ik. Ik maak met hem kennis als goede buren doen. Hij is een echte Amsterdammer, maar dan een die niet klaagt. Een goede start. Hij vertelt wat hij doet: burenruzies beslechten, overlastsituaties aanpakken, mensen die hun vuil op straat gooien naast de daarvoor bedoelde container aanspreken etc. “Maar geen technische zaken, daarvoor is het kantoor” en hij duwt een foldertje in mijn hand. Gelukkig zit er ook een mailadres bij, ik moet niet denken om hun te bellen met die afasie van mij.

Duikplank

Er moet nog een hoop aan gebeuren, aan dat huisje dan. De oude bewoner dacht dat hij al leefde in zijn doodskist, denk ik. Het behang is zwart/blauw met lichtblauwe roosjes. Dat moet er af. En de vloer is belegd met hardboard platen. Daar moet marmoleum over. En alles moet geschilderd worden. Maar onder die lelijke eend, het huis bedoel ik dan, schuilt een hele mooie zwaan. Alleen, ik moet toestemming aan de woningbouwvereniging als ik al een scheet wil laten, laat staan meerdere. En ik wil de keuken laten verbouwen zodat ik ook iets uit de onderste kasten kan pakken: lades. En de tuin moet opgehoogd worden. Hij ligt nu zo diep dat ik niet de tuin in durf. Ik voel me als iemand die op een hoge duikplank klimt, niet durft te springen en achterover er weer af klimt. De gemeente (WMO) moet pecunia leveren voor de broodnodige woningaanpassingen. Ik voel de bureaucratie al de paarden opzadelen om er op uit te trekken. Maar ja, eens komt de mooie zwaan te voorschijn. Wedden dat hij de paarden op hol laat slaan!