Marijke ‘botox’ Helwegen (deel 2 van 2)

Ik maak een grapje. “Kan de verlamde arm er af?” maar de revalidatie-arts schrikt en ik verontschuldig mij snel. “Ik ben blij dat u er zo luchtig over doet”. Ik peins: “Wat nu als…?” Ik heb er alles voor over om niet de hele tijd de spanning te voelen, dag en nacht. Ik vergelijk het met je arm omhoog houden: de eerste minuten gaat het makkelijk en daarna steeds moeilijker tot dat je arm wel moet laten zakken. Zo voelt een spastische arm, alleen kan je die niet laten zakken. En het bijkomende voordeel, niet onbelangrijk, is dat je niet ongewild aan je kruis krabt als Michael Jackson in zijn beste dagen.

Arm er af

Ik fantaseer over een mooie kunstarm, met afstandsbediening. De arts gaat verder: “We kunnen nu een afspraak maken voor de volgende keer met de chirurg er bij. Je kan dan voor- en nadelen van een operatie bespreken. Je hebt nog niets beslist”. “Die operatie waar u op doelt, is die om mijn arm er af te halen”, vraag ik enthousiast? “Neeeeee” reageert hij geschrokken. En hij legt het uit.

Buigers

“Wij snijden geen levende arm af, ook niet als hij verlamd is”. Zo begint de chirurg, zeker ingefluisterd door de arts. Hij legt de correcte procedure uit. Het is kort gezegd het verleggen van de aanhechtingen van de buigers. Niet zo spectaculair als een armafhakking, maar een verhaal dat het redelijk doet in een kroeg. Je hebt er je arm niet mee terug, maar toch. Ik besluit ter plekke voor een operatie.

Operatie

Drie maanden later lig ik op de operatiezaal. Ik vind alles interessant want het is mijn eerste operatie waar ik echt onder zeil ga. De chirurg stelt mij een paar simpele vragen. Waarom ik daar ben? Welke arm hij gaat opereren? Wat hij dan gaat doen? Twee van de drie zijn breed te interpreteren. Ik denk op de laatste vraag: weet ik veel, jij hebt daar voor minstens 10 jaar gestudeerd. Ik houd mij in en beantwoord de vragen correct. Wel begrijpelijk dat ze het tegenwoordig vragen. Je zal maar wakker worden zonder been.

Klein mannetje

Dan komt een ander hoofd bij je. Hij stelt zich voor als de anesthesist, de slaapdokter. Hij legt het mondkapje uit, telt tot 3…
Twee seconden later word ik wakker, dat is snel gegaan! Mijn arm zit van het topje van de vingers tot aan mijn schouder in het gips. En zo recht dat ik moet denken aan de groet die de Duitsers brachten aan een klein mannetje met dito snor in WO II. Hoe moet ik mijn kleding aan, denk ik meteen.

Naweeën

Nadat ik de uitslaapkamer verliet kwam ik bij in mijn eigen ziekenhuiszaal. Ik had honger als een leeuw, niet zo gek na een dag vasten, dus ik bestelde eten. Een uur later kwam de zuster het binnenbrengen. Het was mijn favoriete draadjesvlees. Ik nam een hap… en toen viel ik weer in slaap. Ik werd wakker gemaakt door mijn partner en mijn zoon. Ik was in slaap gevallen met mijn hoofd boven het verrukkelijke eten. Blijkbaar had zo’n narcose naweeën.

Kruis

Ik zal u maar niet vermoeien met de avonturen met een hele gipsen arm , maar ‘slapeloze nachten’ en ‘spencer met bodywarmer in een ijskoude winter’ zijn er een paar van. Je moet er wel 3 maanden in investeren maar dan heb je ook wat: een rechte arm! Alleen moet ik nu weer bewust krabben aan mijn kruis, maar dat doe ik natuurlijk niet.